Kwintencirkel majeur en mineur

In theorie deel 2 is de mineur toonladder behandeld (ook genoemd "natuurlijk mineur" en het is tevens de "aeolische kerktoonladder"). Ook de verwantschap tussen majeur en (een kleine terts lager) mineur is daar behandeld. Die verwant-schap vind je ook terug bij een uitgebreide kwintencirkel met ook de mineur toonladders.

De majeur toonladder van C (C D E F G A B C) bestaat uit de zelfde tonen als de mineur toonladder van (een kleine terts lager) A. (A B C D E F G A). Beide toonladders geen kruizen of mollen.

 

De eerste met de klok mee is G. Een toonladder met 1 kruis. Een kleine terts lager is E. De verwante mineur toonladder van E  schrijft men ook met 1 kruis.

De tweede met de klok mee is D. Een toonladder met 2 kruizen.  Een kleine terts lager is B. De verwante mineur toonladder van B  schrijft men ook met 2 kruizen.

De rest wijst zich vanzelf.

Laddereigen akkoorden en de kwintencirkel:

De laddereigen akkoorden uitgaande van C worden uit de toonladder van C gehaald:

C, Dm, Em, F, G, Am en Bdim.

Toonladder: C - D - E F - G - A - B C - D - E  F - G - A - B  C   

Trappen   : 1   2   3 4   5   6   7 8   9   10 11  12  13  14 15  

Vanaf 1     C       E     G                       I   akkoord C   

Vanaf 2         D     F       A                   II  akkoord Dm  

Vanaf 3             E     G       B               III akkoord Em  

Vanaf 4               F       A     C             IV  akkoord F   

Vanaf 5                   G       B     D         V   akkoord G   

Vanaf 6                       A     C       E     VI  akkoord Am  

Vanaf 7                           B     D      F  VII akkoord Bdim

Vanaf 8 is het weer een C akkoord zoals vanaf 1.                  

Op de vorige pagina is beschreven dat de dominant (V) met de klok mee naast de tonica ligt en de subdominant (IV) tegen de klok in naast de tonica ligt. (dat zijn de 3 laddereigen majeur akkoorden)..

De meest gebruikte andere laddereigen akkoorden (mineur) zijn ook binnen die drie naast elkaar gelegen toonladders in de kwintencirkel te vinden.

 

C is ook Am, G is ook Em en F is ook Dm. Deze toonladders (die de bovenstaande akkoorden als belangrijkste drieklanken hebben) wijken nauwelijks van elkaar af, vandaar dat een liedje met deze akkoorden goed in het gehoor ligt.

De laddereigen akkoorden van een mineur-tonica zijn ook altijd in 3 naast elkaar gelegen vakken van de kwintencirkel te vinden.

Zowel bij een majeur- als een mineur-tonica hoort ook nog een dim-akkoord. Die zijn niet in de kwintencirkel te vinden. Zie daarvoor de pagina "Mineur tonica"