Tonaliteit

Met tonaliteit, men noemt het ook wel "het tonaliteits-besef", bedoelt men de onderlinge verhouding van akkoorden en toonladders en hoe mensen dat ervaren. Het onderstaande schema (breed beeld voor nodig) is wat betreft het begrip tonaliteit niet volledig, maar het zet op een rijtje wat er tot nog toe behandeld is.

Voor het vervolg van deze cursus (en voor muziek maken in z'n algemeenheid) is het heel handig om het gehele schema van links naar rechts uit je hoofd te leren (geen geintje). Nu niet afhaken, als dat niet lukt, of je bent iets vergeten, kun je het altijd terugzoeken. Als je de theorie gaat gebruiken zal dit vroeg of laat toch wel in je hoofd gaan zitten.

Formule toonladder:   T    -    T    -    T         T   -     T     -     T    -    T        T

Trappen:              1    b2   2    b3   3         4   b5    5     #5    6    b7   7        8

Ook vaak voorkomend:                                    #4

(octaaf hoger)       (8)  (b9) (9)  (b10)(10)      (11)(b12) (12)  (b13) (13)

Intervallen:          T   hele  T   hele  T  halve  T  hele   T    hele   T   hele  T  halve T

Kerktoonladder     Ionisch   Dorisch   Frygisch  Lydisch  Mixolydisch  Aeolisch  Locrisch (zoals 1)

vanaf trap:           1         2         3         4         5           6         7      

Laddereigen akkoord: Maj.      min.      min.      Maj.      Maj.        min.      Dim    (zoals 1)

vanaf trap:           I         II       III        IV        V           V1       VII    (zoals 1)

Functies akkoorden: Tonica    Subdom.             Subdom.  Dominant

Klassieke beweging: Hoofd-    Muziek              Muziek    Muziek

                   akkoord    wil/kan             wil/kan   wil na

                     of       na een              na een     een

                   toonaard.  subdom.             subdom.  dominant

                  (rustpunt)   weg                 weg      terug

                              van de              van de    naar de

                              Tonica              Tonica    Tonica

Wij zijn gewend aan muziek die volgens dit schema gemaakt is. We zijn ook gewend aan een heleboel muziek waarbij gestructureerd afgeweken is. Het gaat dan om allerlei specifieke klanken van verschillende stijlen (bijv. blues of jazz) die je vaak meteen herkent.

Er zij ook samenklanken die op een bepaalde manier door ons gehoor (ons brein) ervaren worden. Het maakt niet uit in wat voor soort muziek die voorkomen. Een paar voorbeelden.

Van grondtoon naar:

- kleine secunde: exotisch / spannend

- kleine terts: droevig

- grote terts: vrolijk

- verminderde kwint (of verhoogde kwart): dreigend / donker

- grote septiem: spannend

- grote septiem (samen met grote terts en kwint): mooi / zoetsappig.

Deze typische samenklanken komen voor in bepaalde akkoorden en ook in bepaalde toonladders die gebruikt worden om een sfeer te creëren, ook bijv. in filmmuziek.

Men zoekt nog wel eens de grenzen van structuur op, bijv. bij free jazz of atonale muziek. Men gaat er dan vanuit dat geen enkele toon belangrijker is dan een andere toon (dus bijv. geen tonica waar de muziek omheen gebouwd is). Elke combinatie van tonen moet dan kunnen in een willekeurige volgorde. Afgezien van een paar zeer culturele types ervaren de meeste mensen dat dan als klanken en niet als muziek.

Naast een bepaalde sfeer die een combinatie van tonen kan oproepen, zijn er ook nog de begrippen "consonant (welluidend / goed in het gehoor liggend) en "dissonant" (wringend). Dit zijn wat vage begrippen. Bepaalde intervallen die men vroeger "dissonant" vond, worden nu als consonant ervaren. Dissonant (niet te verwarren met "vals" of "niet mooi") zijn tonen die "wringen" en meestal buiten de toonaard of toonladder liggen. Een dissonante combinatie van tonen vraagt ook om een "oplossing" naar iets wat consonant klinkt. Dat heeft ook te maken met de functie van z.g. "leidtonen" die ik later ga behandelen, maar eerst behandel ik nog meer toonladders.